ECLI:NL:PHR:2009:BJ6951
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid illegale tewerkstelling Poolse werknemers vóór EU-toetreding
De zaak betreft een werkgeefster die Poolse werknemers zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland heeft laten werken vóór de toetreding van Polen tot de Europese Unie op 1 mei 2004. De verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (WAV). Zij voerde onder meer aan dat de eis van een tewerkstellingsvergunning een belemmering van het vrije verkeer van diensten vormt en dat de wetgeving nadien is gewijzigd in haar voordeel.
Het hof verwierp deze verweren en stelde vast dat de Poolse werknemers daadwerkelijk arbeid verrichtten en niet slechts goederen afleverden. Het hof oordeelde dat de eisen van de WAV niet in strijd zijn met het EG-verdrag en dat de wetswijziging na 1 mei 2004 niet retroactief de strafbaarheid van de feiten vóór die datum opheft.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. Tevens verwierp de Hoge Raad het verweer dat de voorwaardelijke veroordeling uit 2003 niet ten uitvoer gelegd mocht worden wegens taalproblemen. De strafrechtelijke veroordeling blijft daarmee in stand en de tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke geldboetes wordt gelast.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens illegale tewerkstelling van Poolse werknemers zonder vergunning vóór de EU-toetreding en wijst het cassatieberoep af.