ECLI:NL:PHR:2009:BJ6953
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van profijtontneming bij gezamenlijke hennepteelt zonder nadere motivering
In deze zaak heeft het gerechtshof te Arnhem bij arrest van 15 oktober 2007 aan verzoeker de verplichting opgelegd om een bedrag van €49.381,68 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verzoeker stelde in cassatie dat het voordeel gelijk verdeeld had moeten worden omdat het feit bewezen was gepleegd door twee personen.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verweer in cassatie voor het eerst wordt aangevoerd en daarom buiten bespreking moet blijven. Het hof heeft bovendien op grond van diverse omstandigheden vastgesteld dat er ten minste twee oogsten hebben plaatsgevonden, wat niet onbegrijpelijk is.
Een ander verweer dat het voordeel slechts €10.000 had mogen bedragen omdat dit bedrag was kwijtgescholden in ruil voor het op naam stellen van de hennepplantage, is eveneens niet tijdig aangevoerd en wordt niet behandeld.
De Hoge Raad vindt geen ambtshalve gronden voor vernietiging en verwerpt het beroep. De volledige toerekening van het voordeel zonder nadere motivering is niet begrijpelijk, maar dit leidt niet tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €49.381,68 blijft gehandhaafd.