ECLI:NL:PHR:2009:BJ6964

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/03173 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552p SvArt. 552a SvArt. 428 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie tegen tussenbeschikking inzake terbeschikkingstelling inbeslaggenomen stukken

In deze zaak betrof het geschil een vordering tot het ter beschikking stellen van inbeslaggenomen stukken van overtuiging op grond van artikel 552, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank Amsterdam had bij tussenbeschikking de vordering van de officier van justitie toegewezen voor zover het de stukken betrof die betrekking hadden op klager.

Klager stelde hiertegen beroep in cassatie in, gericht tegen deze tussenbeschikking. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde echter dat het cassatieberoep niet ontvankelijk kon worden verklaard omdat het cassatieberoep tegen tussenbeschikkingen die geen einduitspraak zijn, slechts gelijktijdig met het beroep tegen de einduitspraak kan worden ingesteld.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het cassatieberoep van klager niet-ontvankelijk. Hiermee werd bevestigd dat tussentijdse beslissingen in strafzaken niet zelfstandig in cassatie kunnen worden aangevochten, tenzij gelijktijdig met de einduitspraak.

Deze uitspraak benadrukt het belang van de procedurele regels omtrent cassatieberoepen en de beperking van de ontvankelijkheid bij tussentijdse beslissingen in strafzaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager tegen de tussenbeschikking is niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

Nr. S 08/03173 B
Mr Jörg
Zitting 1 september 2009
Conclusie inzake:
[Verzoeker = klager]
1. De enkelvoudige internationale rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam heeft bij tussenbeschikking van 25 april 2008 de vordering van de officier van Justitie toegewezen om op grond van art. 552p, tweede lid, Sv de in de tussenbeschikking genoemde in beslaggenomen stukken van overtuiging aan haar ter beschikking te stellen, ter overdracht aan de verzoekende Australische autoriteiten, voor zover het betrekking heeft op de in de tussenbeschikking genoemde verdachten, waaronder verzoeker.
2. Namens verzoeker heeft mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingezonden houdende drie middelen van cassatie.
3. Aan de bespreking van deze middelen kom ik echter niet toe, nu verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn beroep in cassatie.
4. Ingevolge art. 428 Sv Pro kan het cassatieberoep tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn slechts gelijktijdig met het beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld. Naar analogie geldt deze regel ook ten aanzien van beschikkingen (zie Van Dorst, Cassatie in strafzaken, 6e, p. 139).
5. Nu verzoekers beroep in cassatie slechts tegen de tussenbeschikking is gericht, dient verzoeker daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G