ECLI:NL:PHR:2009:BJ7324
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitbreiding thuiskopievergoeding aan buitenlandse uitvoerende kunstenaars volgens Wet naburige rechten
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 32 van Pro de Wet op de naburige rechten (Wnr) met betrekking tot de thuiskopievergoeding voor buitenlandse uitvoerende kunstenaars. Thuiskopie vorderde een verklaring voor recht dat buitenlandse uitvoerende kunstenaars, waaronder Amerikaanse, aanspraak hebben op deze vergoeding wanneer hun uitvoeringen zijn opgenomen op een fonogram of zijn uitgezonden via een omroeporganisatie in Nederland.
De rechtbank en het hof verwierpen deze vorderingen, stellende dat de thuiskopievergoeding alleen toekomt aan uitvoerende kunstenaars uit landen die partij zijn bij de Conventie van Rome, en dat alleen live-audio-uitzendingen onder de thuiskopieregeling vallen. Het hof stelde bovendien dat materiële reciprociteit een voorwaarde is voor nationale behandeling.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewoordingen van artikel 32 lid 1 sub c jo Pro. lid 2 Wnr duidelijk buitenlandse uitvoerende kunstenaars beschermen wanneer hun uitvoering is vastgelegd op een fonogram dat wordt beschermd ingevolge de Conventie van Genève, zonder dat materiële reciprociteit vereist is. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat alleen live-audio-uitzendingen onder artikel 32 lid 1 sub d Wnr Pro vallen. De conclusie is dat het arrest van het hof wordt vernietigd en dat de vordering van Thuiskopie onder I alsnog wordt toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat buitenlandse uitvoerende kunstenaars wiens uitvoeringen zijn opgenomen op een fonogram aanspraak hebben op de thuiskopievergoeding en vernietigt het arrest van het hof.