ECLI:NL:PHR:2009:BJ7330
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat beroep op samenwonen en delen woonlasten in alimentatiezaak tardief en onvoldoende onderbouwd is
Partijen, voormalig gehuwd en ouders van twee minderjarige kinderen, voeren een geschil over de draagkracht van de man voor het betalen van kinderalimentatie. De rechtbank stelde een redelijke huurlast van €600,- per maand vast, ondanks dat de man een hogere werkelijke huur betaalde. De vrouw voerde in hoger beroep aan dat de man samenwoonde met een nieuwe partner, waardoor hij zijn woonlasten zou kunnen delen, wat de draagkracht zou verminderen.
Het hof verwierp dit beroep op samenwonen als te laat (tardief) en onvoldoende onderbouwd. De vrouw bracht deze stelling pas tijdens de mondelinge behandeling naar voren en kon dit niet tijdig onderbouwen. De man gaf aan dat zijn nieuwe partner geen eigen inkomen had en voorheen werd onderhouden door haar ex-partner.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. De vrouw had reeds bij de rechtbank kennis van het samenwonen en had dit in haar verweerschrift in appel kunnen aanvoeren. Door zich achter de beslissing van de rechtbank te scharen, berustte zij in die beslissing en kon zij niet later alsnog een grief aanvoeren. Ook vond de Hoge Raad dat de vrouw onvoldoende inspanningen had verricht om de stelling van de man te weerleggen dat zijn partner niet bijdroeg aan de woonlasten. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen vanwege tardief en onvoldoende onderbouwd beroep op samenwonen en delen woonlasten.