ECLI:NL:PHR:2009:BJ7537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beslagvrije voet bij schuldsaneringsregeling en ziektekostenpremie
In deze zaak staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de rechter-commissaris over de beslagvrije voet in een schuldsaneringsregeling. De schuldenaar betoogde dat de beslagvrije voet verhoogd moet worden met de premie voor de ziektekostenverzekering van zijn echtgenote, wat aanvankelijk door de rechter-commissaris en rechtbank werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat zij meende dat tegen de beslissing geen hoger beroep openstond.
De Hoge Raad oordeelt dat de beslagvrije voet van rechtswege buiten de boedel valt en niet krachtens een beschikking van de rechter-commissaris, maar dat het verzoek van de schuldenaar om de beslagvrije voet te verhogen met de ziektekostenpremie wel als een verzoek ex art. 317 Fw Pro kan worden aangemerkt. Tegen een dergelijke beschikking is hoger beroep mogelijk. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.
Daarnaast stelt de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte geen behoorlijke oproeping heeft gedaan alvorens het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, wat een schending van fundamentele procesrechten inhoudt. De zaak wordt verwezen voor een inhoudelijke behandeling met inachtneming van de juiste procesregels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.