ECLI:NL:PHR:2009:BJ7833
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verjaring vorderingen wegens ondeugdelijke levering pelargoniumstekken
Eisers kochten in 1999 400.000 onbewortelde pelargoniumstekken van verweerster Merite Breeding. Na klachten over hoge uitval leverde Merite opnieuw stekken, maar problemen bleven bestaan. In 2000 leverde Merite nogmaals stekken, waarvan de vorderingen werden overgedragen aan [A] Beheer. Eisers startten in 2005 een procedure tegen Merite voor ontbinding, terugbetaling en schadevergoeding wegens ondeugdelijke levering. Merite voerde verjaring in op grond van artikel 7:23 lid 2 BW Pro, met een verjaringstermijn van twee jaar vanaf 11 maart 1999.
De rechtbank wees de vorderingen af wegens verjaring, een oordeel dat door het hof werd bekrachtigd. Eisers voerden onder meer aan dat het verjaringberoep onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid en dat de verjaring was gestuit. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het beroep op verjaring terecht aannam en dat er geen sprake was van een onaanvaardbaar beroep op verjaring. Ook was onvoldoende gesteld en gebleken dat sprake was van een ondubbelzinnig voorbehoud van recht jegens Merite dat de verjaring zou hebben gestuit.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel dat de vorderingen van eisers verjaard zijn, waardoor zij geen aanspraak konden maken op ontbinding, terugbetaling of schadevergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vorderingen van eisers verjaard zijn.