ECLI:NL:PHR:2009:BJ7836
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verkrijging eigendom door verjaring van toegangspad en tuin tussen buren
De zaak betreft een geschil tussen buren over de eigendom van een toegangspad en een strook tuin die kadastraal toebehoren aan SHP, maar in gebruik zijn bij [eiser] c.s. De vraag is of [eiser] c.s. door verjaring eigenaar zijn geworden van deze stroken grond.
De rechtbank stelde vast dat [eiser] c.s. en hun rechtsvoorgangers het bezit van het pad en de tuin sinds begin jaren tachtig hadden en verklaarde hen eigenaar door extinctieve verjaring. Het hof vernietigde dit oordeel voor het pad en oordeelde dat het rijden en parkeren op het pad onvoldoende is om eigendomspretentie aan te nemen, mede omdat het pad niet was afgesloten en derden er gebruik van maakten.
In cassatie klaagt [eiser] c.s. dat het hof onjuiste rechtsopvattingen hanteerde en onvoldoende rekening hield met het feitelijke gebruik, onderhoud en inrichting van het pad, waardoor het bezit ondubbelzinnig was en de oorspronkelijke bezitter niet meer als zodanig kon gelden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en vernietigt het arrest, verwijzend voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling en beslissing.