ECLI:NL:PHR:2009:BJ8090
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening arrest wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef bij wapenbezit
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een onherroepelijk arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin aanvrager werd veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en een boksbeugel. De veroordeling was mede gebaseerd op een geuridentificatieproef uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland.
De aanvrager stelde dat de geuridentificatieproef niet betrouwbaar was uitgevoerd, wat een omstandigheid is als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2 Sv. De Hoge Raad bevestigde dat in de periode van september 1997 tot en met maart 2006 dergelijke geurproeven, behoudens concrete aanwijzingen van het tegendeel, niet voldeden aan het voorschrift dat de hondengeleider de volgorde van de geurdragers niet kende. Hierdoor kan het resultaat niet als voldoende betrouwbaar worden beschouwd.
De geurproef in deze zaak vond plaats op 25 mei 2002 en vormde een essentieel bewijsstuk voor de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van het vuurwapen. Zonder deze positieve geuridentificatieproef zou het hof waarschijnlijk tot vrijspraak zijn gekomen. De Hoge Raad verklaarde daarom de herzieningsaanvraag gegrond, schorste zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting.
De zaak illustreert het belang van correcte uitvoering van forensische onderzoeken en de gevolgen van onbetrouwbare bewijsmiddelen voor strafrechtelijke veroordelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onbetrouwbare geuridentificatieproef.