ECLI:NL:PHR:2009:BJ8333
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig handelen en wanprestatie bij grondruil in HSL-zuid project
De zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden, [A] B.V. en [verweerster] over een grondruil in het kader van het HSL-zuid project. De Staat vordert schadevergoeding en stelt dat [A] wanprestatie heeft gepleegd door het slooprecht van de Staat te frustreren, terwijl [verweerster] bewust van deze wanprestatie zou hebben geprofiteerd. Het hof oordeelde dat [A] tekort was geschoten jegens de Staat, maar dat [verweerster] niet onrechtmatig had gehandeld omdat onvoldoende bijkomende omstandigheden waren aangetoond.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het bewust profiteren van [verweerster] van de wanprestatie van [A] niet onrechtmatig zou zijn, terwijl uit de processtukken blijkt dat [verweerster] mogelijk met de overdracht van de percelen het slooprecht van de Staat wilde frustreren. Ook de nauwe band tussen [A] en [verweerster] via gedeeld bestuur werd onvoldoende betrokken in het oordeel.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de vordering van de Staat jegens [verweerster] uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking terecht is afgewezen, mede omdat de woningen inmiddels zijn gesloopt en de Staat daardoor geen belang meer heeft bij die vordering. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van de motiveringsklachten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering over onrechtmatig handelen van [verweerster] en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.