ECLI:NL:PHR:2009:BJ8377
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding door onjuiste betekening bij onjuiste adresgegevens verdachte
In deze zaak gaat het om de geldigheid van de betekening van een appeldagvaarding aan verdachte. Het hof had bij verstek een maatregel opgelegd, maar de Hoge Raad stelt vast dat de dagvaarding niet is betekend overeenkomstig de wettelijke voorschriften.
De dagvaarding werd aangeboden aan een laatst bekend adres waar niemand werd aangetroffen. Vervolgens werd de dagvaarding aan de griffier van de rechtbank betekend omdat men dacht dat verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland had. Echter, uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) bleek dat verdachte sinds 23 mei 2005 op een ander adres stond ingeschreven. Hierdoor is de betekening niet rechtsgeldig volgens artikel 588 Sv Pro.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bij een feitelijke woonplaats zonder inschrijving in de GBA de dagvaarding als gewone brief moet worden verzonden naar dat adres. In dit geval was verdachte echter ingeschreven in de GBA, waardoor de termijn van vijf dagen van toepassing is en de betekening aan het juiste adres had moeten plaatsvinden.
De Hoge Raad concludeert dat het vonnis verstek onjuist is en dat de dagvaarding nietig is. Daarnaast merkt de Hoge Raad op dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, waardoor de betalingsverplichting wordt verlaagd, maar het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend en verlaagt de betalingsverplichting, terwijl het beroep verder wordt verworpen.