ECLI:NL:PHR:2009:BJ8537
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever bij arbeidsongeval en fout collega werknemer
Eiser raakte op 4 december 2001 tijdens werkzaamheden voor zijn werkgever, verweerster, gewond bij het tillen van zware gietijzeren buizen. Hij stelde dat de collega waarmee hij werkte de buis plotseling en zonder waarschuwing liet vallen, wat tot het ongeval leidde. De rechtbank stelde verweerster aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro voor het arbeidsongeval.
In hoger beroep vernietigde het hof dit oordeel en wees de aansprakelijkheid af, ook op grond van artikel 6:170 BW Pro, omdat niet was komen vast te staan dat de collega een aan hem toe te rekenen onrechtmatige daad had gepleegd. Eiser stelde in cassatie dat het hof dit onvoldoende had gemotiveerd en dat het handelen van de collega wel onzorgvuldig en onrechtmatig was.
De Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit dat de collega de buis zonder waarschuwing had weggegooid onvoldoende was om een onrechtmatige daad aan te nemen. Bovendien had eiser onvoldoende gesteld over de gebruikelijke communicatie tussen de collega’s, waardoor het hof terecht tot afwijzing van de aansprakelijkheid kwam. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de werkgever is niet aansprakelijk op grond van artikel 6:170 BW.