ECLI:NL:PHR:2009:BJ8635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beslissing voorlopige hechtenis
Verdachte verzocht de rechtbank om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis, welke op 30 oktober 2007 werd toegewezen. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 6 november 2007 de beschikking van de rechtbank vernietigde en het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwees.
Verdediging stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing van het hof, hoewel volgens de wet geen cassatieberoep openstaat tegen dergelijke beschikkingen. De Hoge Raad werd gevraagd de ontvankelijkheid van het cassatieberoep te toetsen.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat artikel 445 Sv Pro een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent en tegen de bestreden beschikking geen cassatie openstaat. Er is geen sprake van fundamentele schendingen van rechtsbeginselen die het cassatieverbod zouden kunnen doorbreken. De beslissing van het hof blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beschikking tot afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis is niet-ontvankelijk verklaard.