ECLI:NL:PHR:2009:BJ8714

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/00240 H
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 467 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling in drugszaken

De aanvrager werd bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet. Na dactyloscopisch onderzoek is vastgesteld dat de veroordeelde niet de aanvrager was, maar een persoon die diens identiteit gebruikte.

De officier van justitie bevestigde deze persoonsverwisseling en gaf aan de justitiële documentatie van de aanvrager te zullen corrigeren. Dit wekt het ernstige vermoeden dat de aanvrager bij kennis van deze feiten vrijgesproken zou zijn.

De Hoge Raad verklaart daarom de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt opschorting en schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor behandeling conform artikel 467, eerste lid, Sv.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam.

Conclusie

Nr. 09/00240 H
Mr. Machielse
Zitting 22 september 2009
Conclusie inzake:
[Aanvrager](1)
1. Bij onherroepelijk geworden vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 5 december 1997 is aanvrager van herziening veroordeeld wegens "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod" tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen zoals in het vonnis genoemd.
2. Namens aanvrager is door mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht, een aanvraag tot herziening ingediend.
3. De aanvraag is voorzien van bijlagen en berust op de stelling dat er sprake is van een persoonsverwisseling, nu de aanvrager niet de persoon is geweest die het in het bovengenoemde vonnis bewezenverklaarde feit heeft begaan.
4. Ter staving van deze stelling is bij de aanvraag onder meer een brief van de officier van justitie te Haarlem gedateerd 3 november 2008 overgelegd (productie 15). Volgens deze brief is na dactyloscopisch onderzoek komen vast te staan dat de persoon die destijds voor de zaak is veroordeeld niet dezelfde persoon is als aanvrager en dat deze persoon klaarblijkelijk de identiteit van aanvrager heeft gebruikt. De officier van justitie geeft aan ervoor zorg te dragen dat de justitiële documentatie van aanvrager zal worden geschoond.
5. Het voorgaande doet het ernstige vermoeden ontstaan dat de Politierechter bij bekendheid met deze omstandigheden de aanvrager zou hebben vrijgesproken.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zoveel nodig de opschorting en schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nr. 09/00241 H ([Aanvrager]) waarin ik ook vandaag concludeer.