ECLI:NL:PHR:2009:BJ8718
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor overtreding Opiumwet
Aanvrager werd onherroepelijk veroordeeld door de politierechter voor meerdere overtredingen van de Opiumwet en schuldheling, maar stelde dat sprake was van persoonsverwisseling omdat zijn broer bij aanhouding zijn naam had opgegeven. Uit het dossier bleek dat de persoon die werd aangehouden en veroordeeld, waarschijnlijk zijn broer was, die vaker de naam van aanvrager gebruikte.
De verbalisanten herkenden de verdachte op een politiefoto als de broer en niet als aanvrager. Tevens kwamen de politiefoto en het verblijfsdocument van aanvrager niet overeen. De verdachte reed in een auto die op naam van aanvrager stond en gaf bij aanhouding diens persoonsgegevens op, die ook waren gecontroleerd aan de hand van de Gemeentelijke Basisadministratie.
Hoewel drugs en digitale camera's in de woning van aanvrager werden aangetroffen, was onduidelijk of aanvrager ook voor deze feiten veroordeeld zou zijn als de persoonsverwisseling bekend was geweest. De broer had geen vaste verblijfplaats en verbleef soms in het huis van aanvrager, wat de herzieningsgrond ook voor deze feiten relevant maakt.
De Hoge Raad achtte het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling voldoende om de herziening toe te staan, de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten of te schorsen en verwees de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Herzieningsverzoek gegrond verklaard wegens persoonsverwisseling en zaak verwezen naar gerechtshof.