ECLI:NL:PHR:2009:BJ8724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en gevolgen van ontbinding arbeidsovereenkomst inzake overhevelingstoeslag
Deze zaak betreft de uitleg van een beëindigingsovereenkomst tussen ABN AmRo en een ex-werknemer, waarin de gevolgen van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de compensatie voor het vervallen van de overhevelingstoeslag zijn geregeld.
De werknemer ontving een WW-uitkering die aanvankelijk loongerelateerd was en later werd aangepast naar een vervolguitkering. Per 1 januari 2001 verviel de wettelijke verplichting tot betaling van de overhevelingstoeslag, waarna de WW-uitkering werd verhoogd met 1,9% ter compensatie. ABN AmRo stelde dat deze verhoging in mindering kwam op haar aanvullende verplichtingen, wat tot een geschil leidde.
Zowel de kantonrechter als het hof oordeelden dat de werkgever de volledige compensatie aan de werknemer verschuldigd is, ongeacht de wijziging in de systematiek van de overhevelingstoeslag. De Hoge Raad bevestigt dat bij de uitleg van de overeenkomst de maatstaf van redelijkheid en billijkheid geldt, waarbij uitleg-naar-redelijkheid en aanvulling-naar-redelijkheid in dit geval tot dezelfde uitkomst leiden.
De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en benadrukt dat er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden die toepassing van art. 6:258 BW Pro rechtvaardigen. De redelijkheid brengt mee dat de werknemer volledig wordt gecompenseerd voor het vervallen van de toeslag, conform de oorspronkelijke overeenkomst en de wettelijke regelingen.
Uitkomst: De werkgever moet de werknemer volledig compenseren voor het vervallen van de overhevelingstoeslag conform de beëindigingsovereenkomst.