ECLI:NL:PHR:2009:BJ8838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste bewijslastverdeling in geschil over borg- en voorschotbetalingen
Eiser vorderde betaling van een bedrag van ƒ 5.642,- vermeerderd met wettelijke rente van verweerder, naar aanleiding van betalingen in het kader van de exploitatie van een grill-room. De kantonrechter wees de vordering af en het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis. Eiser stelde in cassatie dat het hof een onjuiste bewijslastverdeling had toegepast, met name rond de vraag of een betaling van ƒ 5.000,- als voorschot moest worden aangemerkt of onderdeel was van een borgsom van ƒ 10.000,-.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het aan eiser was om te bewijzen dat de betaling van ƒ 5.000,- niet onderdeel was van de borgsom, bijvoorbeeld door aan te tonen dat in totaal ƒ 15.000,- was betaald of dat de betaling specifiek als voorschot was bedoeld. De klachten over de bewijslastverdeling en het bewijs werden verworpen, mede omdat het hof de feitelijke waardering van bewijs heeft gedaan, waartegen cassatie slechts beperkt kan ingaan.
Het hof had ook terecht de verklaring van verweerder over de borgsom aanvaard, mede ondersteund door getuigenverklaringen. Het cassatieberoep werd daarom verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof heeft de juiste bewijslastverdeling toegepast.