ECLI:NL:PHR:2009:BJ8842
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag bewindvoerder wegens schending fundamentele procesrechten
In deze zaak gaat het om het ontslag van een bewindvoerder in een schuldsaneringsprocedure. De rechtbank Utrecht heeft de bewindvoerder ontslagen op voordracht van de rechter-commissaris zonder haar te horen ter zitting, noch haar de gelegenheid te geven haar standpunt toe te lichten. Dit is in strijd met art. 319 van Pro de Faillissementswet en het fundamentele verdedigingsbeginsel.
De bewindvoerder had wel schriftelijk haar standpunt kenbaar gemaakt in correspondentie met de rechter-commissaris, maar dit volstaat niet om te voldoen aan het vereiste van horen zoals bedoeld in art. 319 Fw Pro en art. 6 EVRM Pro. De rechtbank heeft bovendien nagelaten de motieven van de rechter-commissaris voor het ontslag te onderzoeken en te motiveren, waardoor de beschikking onvoldoende gemotiveerd is.
De Procureur-Generaal concludeert dat de beschikking moet worden vernietigd en de zaak moet worden verwezen naar een ander gerecht voor een nieuwe behandeling waarbij de bewindvoerder wel wordt gehoord en de motivering adequaat wordt gegeven. Klachten over vermeende partijdigheid van de rechtbank worden niet verder behandeld omdat de zaak wordt verwezen.
Uitkomst: De beschikking tot ontslag van de bewindvoerder wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling.