ECLI:NL:PHR:2009:BJ8849
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over nakoming pre-closing agreement en afgebroken onderhandelingen inzake Bushiri Complex Aruba
Bushiri Holding Aruba N.V. (BHA) en het Land Aruba voerden een geschil over de nakoming van een pre-closing agreement betreffende de verkoop en exploitatie van het Bushiri Complex, een hotelcomplex aan de kust van Aruba. Na initiële onderhandelingen en een overeenkomst die niet tot overdracht leidde, sloten partijen in 2003 een pre-closing agreement, die echter niet werd ondertekend. Latere ontwikkelingen, waaronder een wijziging van het beoogde gebruik van het complex van hotel naar timeshare resort, leidden tot onenigheid over de geldigheid en nakoming van deze overeenkomst.
BHA startte een procedure bij het Gerecht in Eerste Aanleg, dat oordeelde dat de pre-closing agreement was komen te vervallen toen het Land Aruba in november 2004 een keuze bood tussen hotel of timeshare en BHA koos voor timeshare. Het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. BHA stelde in cassatie dat het hof onterecht zonder bewijslevering tot dit oordeel was gekomen en dat het oordeel onvoldoende gemotiveerd was.
De Hoge Raad verwierp deze klachten. Het hof had het oordeel gebaseerd op meerdere brieven en gedragingen van partijen, en de uitleg dat het exploiteren van een hotel een voornaam element van de pre-closing agreement was, was een feitelijk oordeel dat niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Bushiri Holding Aruba wordt verworpen; de pre-closing agreement is komen te vervallen en het Land Aruba handelde niet onrechtmatig.