ECLI:NL:PHR:2009:BJ9064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering en afwijzing verzoek tot nadere getuigenverhoren in erfdienstbaarheidzaak
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of de rechtsvordering tot opheffing van een met een erfdienstbaarheid strijdige toestand is verjaard. De rechtbank oordeelde dat de eisers niet konden bewijzen dat het pad gedurende een periode van twintig jaar onafgebroken onbruikbaar was, waarna het hof dit oordeel bevestigde na nadere bewijslevering en getuigenverhoren.
Het hof stelde dat een toestand die het gebruik van de erfdienstbaarheid slechts belemmert, maar niet onmogelijk maakt, niet leidt tot opheffing. Het hof verwierp het bewijs van eisers dat het pad volledig onbruikbaar was en wees het verzoek om nadere getuigen te horen af, omdat dit niet verenigbaar was met een goede procesorde. De Hoge Raad toetst in cassatie uitsluitend de begrijpelijkheid van de bewijswaardering en de motivering van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf hanteerde bij de bewijswaardering en dat het oordeel begrijpelijk is. Ook is het oordeel over de geloofwaardigheid van getuigenverklaringen voldoende gemotiveerd. Het hof heeft terecht het verzoek tot heropening van het getuigenverhoor afgewezen, omdat eisers niet hadden aangegeven welke getuigen zij wilden horen en waarom die zouden bijdragen aan het bewijs. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.