ECLI:NL:PHR:2009:BJ9076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onduidelijkheid rechtsgeldige betekening dagvaarding in hoger beroep
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens diefstal en mishandeling. De dagvaarding in hoger beroep werd aan de griffier betekend omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte bekend was. Verdachte had echter recentelijk een adres opgegeven bij de uitreiking van de uitspraak in eerste aanleg. Het hof oordeelde zonder nadere motivering dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend door uitreiking aan de griffier.
De Hoge Raad stelt dat dit oordeel niet begrijpelijk is omdat het hof niet heeft onderzocht of het opgegeven adres van verdachte nog actueel was en of de dagvaarding niet alsnog op dat adres had moeten worden betekend. Hierdoor had het hof niet zonder meer verstek mogen verlenen aan verdachte.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. Tevens wordt opgemerkt dat het recht van verdachte op een redelijke termijn in cassatie is geschonden, hetgeen gevolgen kan hebben voor de strafoplegging. De Hoge Raad zelf doet geen inhoudelijke uitspraak over de strafzaak.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onduidelijkheid over de rechtsgeldige betekening van de dagvaarding.