ECLI:NL:PHR:2009:BJ9244
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens motiveringsgebrek bij beoordeling vrijwillige terugtred poging doodslag
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor poging tot doodslag en meerdere andere feiten, met een gevangenisstraf van achttien maanden en terbeschikkingstelling onder voorwaarden. Het hof verwierp het beroep op vrijwillige terugtred, omdat de verdachte pas stopte met het dichtknijpen van de keel van het slachtoffer nadat de zoon van het slachtoffer hem in paniek had toegeroepen en bij de arm had gepakt.
De raadsman van de verdachte voerde aan dat er sprake was van vrijwillige terugtred, omdat de verdachte zelf de keuze had gemaakt te stoppen, ondanks beïnvloeding van buitenaf. Volgens hem was er geen krachtige of feitelijke ingreep, maar slechts overreding, waardoor de wil van de verdachte niet was geforceerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang en onduidelijk is of de juiste maatstaf is toegepast. Het hof leek uit te gaan van een onjuiste rechtsopvatting dat uitwendige prikkels vrijwillige terugtred uitsluiten. De Hoge Raad stelt dat vrijwillige terugtred ook kan bestaan bij beïnvloeding van buitenaf, mits de verdachte een actief eigen aandeel heeft en de wil niet geforceerd is.
Het middel van cassatie slaagt en het arrest wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor nieuwe beoordeling van het beroep op vrijwillige terugtred en de strafbaarheid van de onder 1 primair ten laste gelegde feiten, met verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek bij de beoordeling van vrijwillige terugtred en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.