ECLI:NL:PHR:2009:BJ9434

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01013
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 HerinrichtingswetArt. 52 OnteigeningswetArt. 53 OnteigeningswetArt. 120 Herinrichtingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late verklaring in herinrichtingsprocedure

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een uitspraak van de rechtbank over de lijst der geldelijke regelingen in het kader van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.

De eisers tot cassatie, [eiser 1] en [eiser 2], hebben de herinrichtingscommissie aangezegd cassatieberoep in te stellen en een verklaring van de griffier van de rechtbank betekend. Echter, de verklaring van [eiser 2] werd op 22 januari 2008 afgelegd, terwijl de wettelijke termijn van twee weken na de uitspraak van 19 december 2007 was verstreken. Voor [eiser 1] was geen tijdige verklaring afgelegd.

Op grond van artikel 47 van Pro de Herinrichtingswet en de toepasselijkheid van de artikelen 52 en 53 van de Onteigeningswet is het cassatieberoep niet tijdig ingesteld. De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep van [eiser] c.s.

De rechtbank had het bezwaar van [betrokkene] c.s. gegrond verklaard en de lijst der geldelijke regelingen aangepast. Tegen deze uitspraak is cassatie ingesteld, maar vanwege de niet-naleving van de termijnen wordt het beroep niet ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late verklaring ter griffie.

Conclusie

08/01013
mr. E.M. Wesseling-van Gent
Zitting: 2 oktober 2009
Conclusie inzake:
1. [Eiser 1]
2. [Eiser 2](1)
tegen
de gezamenlijke rechthebbenden in de herinrichting Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, kanaalstreek blok A, (de herinrichtingscommissie Kanaalstreek blok A)
1. Procesverloop(2)
1.1 [Betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna [betrokkene] c.s.) hebben als reclamanten bezwaar gemaakt tegen het krachtens de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (hierna: de Herinrichtingswet) door verweerders in cassatie, de herinrichtingscommissie, vastgestelde lijst der geldelijke regelingen op de grond dat de post overbedeling te hoog is.
1.2 Overeenkomstig de Herinrichtingswet hebben achtereenvolgens de herinrichtingscommissie en de rechter-commissaris getracht overeenstemming te bereiken. Vervolgens zijn [betrokkene] c.s. door de rechter-commissaris naar een nader te bepalen terechtzitting van de rechtbank Assen verwezen.
1.3 De rechtbank heeft de zaak op 9 november 2007 behandeld in aanwezigheid van onder meer [betrokkene] c.s. en eiser tot cassatie onder 1, [eiser 1]. Eiser tot cassatie onder 2, [eiser 2], is niet verschenen. De eisers tot cassatie worden hierna gezamenlijk [eiser] c.s. genoemd.
1.4 Bij vonnis van 19 december 2007 heeft de rechtbank het bezwaar van [betrokkene] c.s. gegrond verklaard en de lijst van geldelijke regeling in die zin gewijzigd dat in die lijst als overbedeling voor [betrokkene] c.s. een bedrag van € 8.754,- dient te worden opgenomen en dat het restant van € 76.349,- naar verhouding zal worden verrekend met de lijst geldelijke regelingen betreffende de belanghebbenden [eiser] c.s.
1.5 Bij cassatiedagvaarding van 13 februari 2008 hebben [eiser] c.s. de herinrichtingscommissie aangezegd dat zij cassatieberoep hebben ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank en hebben zij de verklaring van de griffier van de rechtbank van 22 januari 2008 aan de herinrichtingscommissie betekend.
De herinrichtingscommissie heeft bij conclusie van antwoord geconcludeerd tot referte ten aanzien van het eerste middel en tot verwerping van het tweede middel.
Partijen hebben vervolgens hun standpunten schriftelijk toegelicht.
2. Ontvankelijkheid
2.1 Ingevolge art. 120 van Pro de Herinrichtingswet staat tegen de uitspraak van de rechtbank ten aanzien van de lijst der geldelijke regelingen uitsluitend het rechtsmiddel van cassatie open en is art. 47 van Pro de Herinrichtingswet van toepassing. Dat artikel bepaalt dat met betrekking tot het rechtsmiddel van cassatie de art. 52 en Pro 53 van de Onteigeningswet (Ow) van overeenkomstige toepassing zijn. Dit brengt mee dat het cassatieberoep binnen twee weken na de uitspraak moet worden ingesteld door een verklaring ter griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen. De termijn vangt aan op de dag waarop het vonnis uitgesproken (art. 52 lid 2 en Pro 3 Ow).
Nu mr. H.J. Stuyt, advocaat en procureur te Assen (comparerende voor mr. H.J. de Ruijter eveneens advocaat en procureur te Assen) op 22 januari 2008 heeft verklaard namens [eiser 2] beroep in cassatie in te stellen van de uitspraak van de rechtbank van 19 december 2007 is het cassatieberoep van [eiser 2] niet binnen de termijn van twee weken na de uitspraak ingesteld(3). [eiser 1] kan evenmin worden ontvangen in zijn cassatieberoep nu namens hem geen verklaring, althans niet tijdig, ter griffie is afgelegd(4).
3. Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] c.s. in hun cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 In de cassatiedagvaarding abusievelijk gespeld als [...].
2 Zie het vonnis van de rechtbank van 19 december 2007 onder 1.
3 Zie ook HR 27 januari 2006, NJ 2006, 103.
4 Hoewel in de processtukken soms wordt gesproken over de landbouwmaatschap [eiser 1] en [eiser 2] valt uit de ter griffie afgelegde verklaring niet af te leiden dat bedoeld is namens deze maatschap beroep in casatie in te stellen.