ECLI:NL:PHR:2009:BK0272
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over belastingplicht zware motorrijtuigen en algemene bestemming vrachtwagens lijnrijders
Deze zaak betreft een vijftal proefprocedures over de belasting zware motorrijtuigen, waarbij lijnrijders bloemen en planten vervoeren en verkopen vanuit vrachtwagens. De centrale vraag is of deze voertuigen uitsluitend bestemd zijn voor goederenvervoer in de zin van de Wet belasting zware motorrijtuigen en de Europese richtlijn 1999/62/EG.
De vrachtwagens beschikken over aanpassingen zoals een zijdeur met inklapbare trap, koelinstallatie en tl-verlichting, die verkoopactiviteiten mogelijk maken. De Rechtbank oordeelde dat de vrachtwagens niet uitsluitend bestemd zijn voor goederenvervoer, maar het Hof stelde dat de algemene bestemming goederenvervoer is, waarbij de verkoopactiviteiten niet afdoen aan deze bestemming.
De Advocaat-Generaal concludeert dat de richtlijn een ruime uitleg van goederenvervoer geeft, ook voor vervoer van eigen goederen. De kenmerkende eigenschappen van het voertuig bepalen de bestemming, en aanpassingen die niet duurzaam zijn of ondergeschikt blijven wijzigen de algemene bestemming niet. Tevens wordt vastgesteld dat een vennootschap onder firma geen belastingplichtige kan zijn, waardoor de Inspecteur uitspraak op bezwaar aan de verkeerde partij richtte.
Het cassatieberoep van belanghebbende wordt inhoudelijk afgewezen, waarbij het vertrouwen op beleidsbesluiten niet wordt erkend als rechtvaardiging. Ook de proceskostenvergoeding is door het Hof correct vastgesteld. De Hoge Raad wordt geadviseerd om de uitspraken te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de Inspecteur voor een juiste uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De Hoge Raad adviseert vernietiging van de uitspraken en terugwijzing naar de Inspecteur voor een juiste uitspraak op bezwaar, bevestigt dat de vrachtwagens uitsluitend bestemd zijn voor goederenvervoer en dat de vennootschap onder firma niet belastingplichtig is.