ECLI:NL:PHR:2009:BK0672
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken appelgronden in WSNP-procedure
De rechtbank Arnhem wees het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering af omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk maakte dat hij te goeder trouw was geweest met betrekking tot zijn schulden in de afgelopen vijf jaar.
Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat hem niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift geen appelgronden bevatte en het aanvullend beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn werd ingediend.
Verzoeker stelde dat hierdoor zijn recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) werd geschonden, omdat hij onvoldoende tijd had om de gronden te formuleren door het ontbreken van essentiële processtukken bij zijn advocaat.
De Hoge Raad oordeelde dat het recht op toegang tot de rechter niet betekent dat termijnen genegeerd kunnen worden. Verzoeker had wel toegang tot de stukken en de zitting, maar was te laat met het formuleren van de gronden. Het beroep faalt daarom en de Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het ontbreken van tijdig ingediende appelgronden.