ECLI:NL:PHR:2009:BK0674
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beschermingsomvang merk en rol van vrijhoudingsbehoefte in merkenrecht
Deze zaak betreft een vervolg op het arrest van de Hoge Raad van 16 februari 2007 en de prejudiciële vragen die aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HJEG) zijn gesteld. Het HJEG heeft op 10 april 2008 deze vragen beantwoord, waarna de Hoge Raad de zaak verder beoordeelt in het licht van deze antwoorden.
De kern van het geschil betreft de beschermingsomvang van het merk van Adidas c.s. en de vraag of de zogenaamde vrijhoudingsbehoefte, een algemeen belang om bepaalde tekens beschikbaar te houden voor algemeen gebruik, bij deze beoordeling in aanmerking genomen mag worden. De Hoge Raad stelt dat dit niet het geval is, behoudens de beperking die art. 6 lid 1 sub b van Pro de Merkenrichtlijn voorschrijft.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat bij de beoordeling van merkinbreuk de omstandigheden ex nunc, dat wil zeggen op het moment van het inbreukmakende gebruik, moeten worden beoordeeld. Dit betekent dat een teken dat aanvankelijk niet onderscheidend was, door intensief gebruik alsnog merkinbrecht kan opleveren. Ook wordt benadrukt dat het merkenrecht geen beginsel kent van eerbiediging van eenmaal bona fide aangevangen gebruik van een teken.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere beoordeling terug naar het hof. Hiermee wordt bevestigd dat de vrijhoudingsbehoefte geen rol mag spelen bij de beoordeling van merkinbreuk, behalve waar de richtlijn dit uitdrukkelijk toestaat, en dat de beoordeling van merkinbreuk actueel moet zijn.
Uitkomst: Het bestreden arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere beoordeling zonder rekening te houden met de vrijhoudingsbehoefte.