ECLI:NL:PHR:2009:BK1548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging van bindend advies wegens partijdigheid en beoordeelt mededingingsrechtelijke aspecten van relatiebeding
In deze zaak staat centraal de geldigheid van een bindend advies dat voortvloeit uit een overeenkomst tot beëindiging van samenwerking tussen partijen in de scheepsbouwsector. De bindend adviseur, tevens notaris die de overeenkomst opstelde, werd verweten niet onpartijdig en onafhankelijk te zijn. De Hoge Raad bevestigt dat het bindend advies vernietigd kan worden indien gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zoals hier door de partijdigheid van de adviseur.
Daarnaast is de uitleg van het relatiebeding, dat een non-concurrentie-achtige werking heeft, van belang. Dit beding is rechtstreeks verbonden aan en noodzakelijk voor de verwezenlijking van een concentratie zoals bedoeld in de Mededingingswet. De Hoge Raad oordeelt dat dit beding daarom niet als verboden mededingingsafspraak geldt, ook al valt de concentratie niet onder de drempel van artikel 29 Mw Pro.
De procedure kende meerdere instanties en cassatieberoepen. Zowel rechtbank als hof oordeelden dat het bindend advies ernstige gebreken vertoonde en dat de partij die het bindend advies aanvocht onvoldoende op de hoogte was van de belangenverstrengeling van de bindend adviseur. Het hof gaf een beperkte uitleg aan het relatiebeding en verwierp het mededingingsrechtelijke verweer. De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst klachten over bewijsaanbod en motivering af.
De uitspraak benadrukt de terughoudendheid bij vernietiging van bindend advies, maar erkent dat ernstige gebreken zoals partijdigheid een grond voor vernietiging vormen. Tevens wordt bevestigd dat nevenrestricties die noodzakelijk zijn voor een concentratie geoorloofd zijn onder de Mededingingswet. De Hoge Raad wijst alle cassatieberoepen af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vernietiging van het bindend advies wegens partijdigheid en oordeelt dat het relatiebeding geen verboden mededingingsafspraak vormt.