ECLI:NL:PHR:2009:BK1601
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zelfstandige waardering schadeloosstelling bij onteigening met huurcorrectie
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het vonnis van de rechtbank inzake de vervroegde onteigening van een perceel langs Rijksweg A4, waarop reclameborden stonden. De eigenaar had het perceel deels verhuurd aan zijn zoon voor exploitatie van buitenreclame. De rechtbank stelde de schadeloosstelling vast op basis van de gekapitaliseerde huurwaarde, hoger dan het deskundigenadvies, met een correctie voor huurwaardedrukkende factoren.
De Staat voerde aan dat de rechtbank onjuiste gronden had gebruikt bij de waardering en de correctiefactor onvoldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad bevestigde dat de onteigeningsrechter een zelfstandige taak heeft bij de schadeloosstelling en niet gebonden is aan het deskundigenadvies. De rechter mag huurwaardedrukkende factoren schatten zonder precieze vaststelling.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de forfaitaire vergoeding voor huurders op grond van art. 42 lid 2 Onteigeningswet Pro terecht is toegepast, waarbij de overeengekomen huurprijs zonder correctie geldt, omdat deze is vastgesteld zonder rekening te houden met de naderende onteigening.
De klachten van de Staat werden verworpen, en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de schadeloosstelling is terecht vastgesteld met een hogere huurwaarde en een geschatte correctie.