ECLI:NL:PHR:2009:BK1603
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schending concurrentiebeding en ontslag op staande voet in arbeidsrechtelijke zaak
In deze arbeidsrechtelijke zaak vorderde de werknemer betaling van achterstallig salaris en vakantiegeld, terwijl de werkgever reconventioneel stelde dat de werknemer wanprestatie had gepleegd door het benaderen van klanten en werknemers in strijd met het concurrentiebeding. De rechtbank wees grotendeels de vorderingen van de werknemer toe, maar verklaarde ook wanprestatie en oordeelde dat het concurrentiebeding was overtreden, met veroordeling tot betaling van boetes en nakoming.
Het gerechtshof vernietigde het vonnis voor wat betreft de boetebepalingen en het nakomingsbevel, matigde de boete en veroordeelde de werknemer tot terugbetaling van onverschuldigd salaris. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de werknemer zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst had geschonden door klanten en werknemers te benaderen, ook al was niet bewezen dat expliciet om opdrachten was gevraagd.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de verhuizing van het bedrijf slechts schijn was om het concurrentiebeding te omzeilen en dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was, ondanks de latere intrekking door de werkgever. De cassatie werd verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen; het concurrentiebeding is geschonden en het ontslag op staande voet is rechtsgeldig.