ECLI:NL:PHR:2009:BK1617
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling benoeming deskundige voor second opinion in Bopz-procedure
In deze zaak betrof het verzoek van betrokkene om een second opinion door een specifieke psychiater in het kader van een voorlopige machtiging tot voortzetting van verblijf in een psychiatrische inrichting onder de Wet Bopz. De rechtbank benoemde een andere deskundige dan de door betrokkene voorgestelde, wat aanleiding gaf tot beroep in cassatie.
De Hoge Raad overwoog dat de keuze van de deskundige in civiele procedures aan de feitenrechter is en dat een verzoek tot nader deskundigenonderzoek slechts gemotiveerd kan worden afgewezen. De rechtbank had het verzoek om een second opinion deels ingewilligd door een deskundigenonderzoek te gelasten, maar koos een andere deskundige dan betrokkene wenste. Dit was gelet op de procesrechtelijke regels niet onrechtmatig.
Verder werd beoordeeld of de benoemde deskundige voldoende onpartijdig was, ondanks zijn verbondenheid aan dezelfde instelling als betrokkene. De Hoge Raad stelde dat een dergelijke relatie niet per definitie onpartijdigheid uitsluit en dat de procedure in zijn geheel aan de eisen van een eerlijk proces moest voldoen. Omdat betrokkene geen concreet bezwaar maakte tegen het deskundigenrapport, was er geen reden de benoeming te verwerpen.
De Hoge Raad verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk voor zover het cassatieberoep zich richtte tegen de tussenbeschikking en verwierp het beroep voor zover het de eindbeschikking betrof.
Uitkomst: Het cassatieberoep is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels verworpen; de benoeming van een andere deskundige dan door betrokkene gewenst is, is rechtens niet onjuist.