ECLI:NL:PHR:2009:BK2083
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schending aanwezigheidsrecht verdachte door onterechte voortzetting hoger beroep
Verdachte was in hoger beroep veroordeeld wegens overtreding van artikel 70 van Pro de Wet personenvervoer 2000. De raadsman van verdachte had per fax verzocht om aanhouding van de zitting wegens een huwelijksreis, waarbij werd toegezegd dat het verzoek zou worden gehonoreerd. Desondanks behandelde het Hof de zaak op 14 juni 2007 buiten aanwezigheid van verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat verdachte erop mocht vertrouwen dat de zaak niet zou worden behandeld en dat daardoor het aanwezigheidsrecht van verdachte is geschonden. Dit is in strijd met artikel 6 EVRM Pro, dat het recht op een eerlijk proces waarborgt, waaronder het recht om aanwezig te zijn bij de behandeling van de zaak.
Het cassatiemiddel slaagt dan ook. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe behandeling in hoger beroep, waarbij verdachte aanwezig moet zijn. Daarnaast wordt opgemerkt dat de termijn voor het instellen van cassatie niet is overschreden, aangezien verdachte mocht aannemen dat de zaak was aangehouden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens schending van het aanwezigheidsrecht van verdachte en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.