ECLI:NL:PHR:2009:BK2122
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontnemingsmaatregel wegens terbeschikkingstelling ruimte voor hennepteelt
In deze zaak staat de ontnemingsmaatregel centraal die door het Gerechtshof te 's-Gravenhage is opgelegd aan betrokkene. Betrokkene had haar zolderruimte ter beschikking gesteld voor de teelt van hennepplanten, waarvoor zij 875 euro ontving. Het hof stelde dat dit bedrag het wederrechtelijk verkregen voordeel vormde en legde de verplichting tot betaling daarvan aan de Staat op.
Betrokkene stelde in cassatie dat het hof het begrip wederrechtelijk voordeel onjuist had toegepast, omdat zij een passende tegenprestatie had geleverd en de huurontvangst niet als wederrechtelijk kon worden beschouwd. De Procureur-Generaal concludeerde echter dat het ter beschikking stellen van de ruimte voor een strafbaar feit op zichzelf de wederrechtelijkheid van het voordeel impliceert.
De Hoge Raad achtte het middel onvoldoende gemotiveerd en verwierp het beroep. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn in deze procedure was overschreden, maar dat dit geen aanleiding gaf tot vernietiging van het vonnis. De ontnemingsmaatregel blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsmaatregel van 875 euro wegens terbeschikkingstelling van ruimte voor hennepteelt.