ECLI:NL:PHR:2009:BK3064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid gemeente bij niet tijdig herzien bestemmingsplan en planprocedure
De zaak betreft de vraag of de gemeente Haarlemmermeer onrechtmatig heeft gehandeld door niet tijdig een procedure tot wijziging van het bestemmingsplan te starten en het bestemmingsplan niet binnen de wettelijke termijn van tien jaar te herzien, zoals voorgeschreven in artikel 33 lid 1 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
Eiser, eigenaar van een perceel waar hij een erotisch uitgaanscentrum wil vestigen, vorderde dat de gemeente binnen drie maanden een procedure tot wijziging van het bestemmingsplan zou starten. De rechtbank en het hof wezen deze vorderingen af, waarbij het hof oordeelde dat het standpunt van de gemeente verdedigbaar was op grond van goede ruimtelijke ordening en dat er geen sprake was van onrechtmatig traineren.
De Hoge Raad bevestigt dat de termijn van artikel 33 lid 1 WRO Pro een termijn van orde is en dat overschrijding daarvan niet leidt tot onrechtmatigheid of het verval van het bestemmingsplan. De gemeente heeft beleidsvrijheid om te bepalen of en wanneer een planprocedure zinvol is. Tevens is voldoende rechtsbescherming beschikbaar via bestuursrechtelijke procedures zoals het aanvragen van een bouwaanvraag, voorbereidingsbesluit of beroep tegen weigering daarvan, en via de burgerlijke rechter.
De Hoge Raad wijst erop dat de WRO inmiddels is vervangen door de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die aanvullende mogelijkheden en sancties bevat, maar dat de kern van de uitspraak blijft dat het niet tijdig herzien van een bestemmingsplan niet zonder meer onrechtmatig is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en oordeelde dat de gemeente niet onrechtmatig heeft gehandeld door het niet tijdig starten van een bestemmingsplanprocedure of het niet tijdig herzien van het bestemmingsplan.