ECLI:NL:PHR:2009:BK3072
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aansprakelijkheid bank en notaris bij onderhandse executoriale verkoop woning
In deze zaak stond de vraag centraal of de bank en de notaris jegens de eiser toerekenbaar tekort waren geschoten bij de onderhandse executoriale verkoop van een woning. De bank had een hypotheekrecht op de woning en verkocht deze na betalingsachterstand onderhands aan een derde, [A] Vastgoed B.V., met goedkeuring van de voorzieningenrechter. De leveringstermijn was gesteld op 30 dagen, maar [A] leverde niet tijdig, waarna de woning later aan een hogere bieder, [B] B.V., werd doorverkocht.
Eiser stelde dat de bank haar zorgplicht had geschonden door [A] niet tijdig in gebreke te stellen en dat de notaris onrechtmatig had gehandeld door de bank niet te informeren over de hogere bieding van [B]. De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, waarbij het hof oordeelde dat de termijn in de koopovereenkomst niet fatale werking had en dat de notaris geen bijzondere zorgplicht had jegens eiser.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp de cassatiemiddelen. De voorzieningenrechter had de koopovereenkomst goedgekeurd inclusief de termijnregeling en ingebrekestelling. De notaris had geen contractuele relatie met eiser en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die een informatieplicht konden rechtvaardigen. Ook stond de bank niet zonder meer vrij om de woning aan een hogere bieder te verkopen zonder opnieuw goedkeuring te vragen. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen aansprakelijkheid van bank en notaris voor tekortkomingen bij executoriale verkoop.