ECLI:NL:PHR:2009:BK6877
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap ondanks betwisting discriminatoir karakter Toescheidingsovereenkomst
Verzoeker, geboren in 1969 en van Nederlandse nationaliteit bij geboorte, woonde met zijn ouders in Suriname toen de Toescheidingsovereenkomst (TOS) in werking trad op 25 november 1975. Volgens de TOS verloren zijn ouders en hijzelf de Nederlandse nationaliteit en verkregen zij de Surinaamse nationaliteit. Verzoeker stelde dat de TOS discriminatoir is omdat zijn ouders niet de financiële middelen hadden om naar Nederland te emigreren, en dat hij als minderjarige geen keuze had, wat zou leiden tot leeftijdsdiscriminatie.
De rechtbank wees het verzoek tot vaststelling van Nederlanderschap af en oordeelde dat de bepalingen van de TOS neutrale criteria hanteren en geen discriminatoir karakter hebben. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van verzoeker. De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank voldoende gemotiveerd had waarom de argumenten van verzoeker niet steekhoudend waren en dat het beroep niet tot cassatie kon leiden.
De Hoge Raad benadrukte dat het middel niet voldeed aan de vereisten van art. 426a lid 2 Rv omdat het niet duidelijk maakte waarom de overwegingen van de rechtbank onjuist zouden zijn. De conclusie was dat het cassatieberoep geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap werd afgewezen en het cassatieberoep verworpen.