ECLI:NL:PHR:2010:BJ3575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek nader onderzoek en schatting wederrechtelijk verkregen voordeel in ontnemingszaak
In deze zaak gaat het om het cassatieberoep tegen een beslissing van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij aan betrokkene een verplichting tot betaling van een bedrag van € 189.977,12 is opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging verzocht om een nieuw onderzoek naar het wederrechtelijk voordeel op basis van een vermogensvergelijking, stellende dat het voordeel hooguit € 483.799,- zou bedragen.
Het hof gebruikte echter een eigen berekeningsmethode via extrapolatie van omzetgegevens uit seksclubs waar buitenlandse vrouwen werkzaam waren, en stelde het voordeel lager vast dan door de verdediging berekend. De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek tot nader onderzoek geen belang heeft omdat het hof een lager bedrag heeft vastgesteld dan het door de verdediging genoemde maximum.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel terecht heeft gebaseerd op de gebruikte bewijsmiddelen, waaronder verklaringen en omzetgegevens, en dat het hof niet verplicht was rekening te houden met de geldigheid van Schengenvisa van de betrokken vrouwen. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het hof bevestigd.