ECLI:NL:PHR:2010:BJ4914
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over naheffing omzetbelasting op jaarafrekening en toepassing artikel 37 Wet OB
Belanghebbende, een nutsbedrijf, factureert haar afnemers maandelijks voorschotbedragen voor energie via optisch leesbare acceptgiro's (OLA's) en automatische incasso's (AI's), waarna aan het einde van een twaalfmaandsperiode een jaarafrekening volgt. Op zowel de voorschotnota's als de jaarafrekening wordt btw vermeld. De Inspecteur stelde dat de btw op de jaarafrekening op grond van artikel 37 Wet Pro OB verschuldigd is, omdat afnemers anders dubbele aftrek kunnen genieten.
De Rechtbank oordeelde dat de jaarafrekeningen als facturen in de zin van de Wet moeten worden aangemerkt en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De boete werd verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. In cassatie betwist belanghebbende onder meer de kwalificatie van de jaarafrekening als factuur en de toepassing van artikel 37.
De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukt dat het begrip factuur in artikel 37 Wet Pro OB gelijk moet worden uitgelegd aan dat in artikel 35 Wet Pro OB en de Zesde richtlijn. De OLA's en AI's voldoen niet aan de factuureisen en zijn geen facturen in de zin van artikel 37. De jaarafrekening voldoet wel aan de factuureisen en is dus een factuur in de zin van artikel 37. Artikel 37 beoogt Pro te voorkomen dat btw die onterecht op een factuur is vermeld, niet wordt geheven. De naheffing is daarom terecht opgelegd. Daarnaast wordt ingegaan op de juridische nuances rond opzet en grove schuld bij boeteoplegging.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting op de jaarafrekening is terecht opgelegd en de boete is verminderd wegens termijnoverschrijding.