ECLI:NL:PHR:2010:BJ7956
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat exploitatie windturbine kwalificeert als onderneming voor inkomstenbelasting
Belanghebbende investeerde in een windturbine en verkocht de opgewekte elektriciteit via een tienjarig contract aan een nutsbedrijf tegen een vaste prijs. De vraag was of de opbrengsten uit deze exploitatie winst uit onderneming vormen (box 1) of onderdeel zijn van de rendementsgrondslag van sparen en beleggen (box 3).
De Rechtbank stelde dat de arbeid die belanghebbende verrichtte niet meer was dan normaal vermogensbeheer. Het Hof stelde echter vast dat de exploitatie een productiebedrijf betreft waarbij aanzienlijke kapitaalinvesteringen en ondernemersrisico's worden gelopen, waardoor sprake is van een onderneming.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat niet zozeer de omvang van de arbeid tijdens de exploitatiefase doorslaggevend is, maar het initiatief en de risico's die belanghebbende heeft genomen. De exploitatie van de windturbine wordt daarmee als onderneming aangemerkt voor de inkomstenbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de exploitatie van de windturbine kwalificeert als winst uit onderneming en niet als inkomsten uit sparen en beleggen.