1 Rechtbank Leeuwarden 20 maart 2006, AWB 1527 en AWB 05/1529, LJN BA7717, gepubliceerd op rechtspraak.nl.
2 Hof Leeuwarden 1 juni 2007, BK 06/00029 en BK 06/00030, LJN BA6551, V-N 2007/46.1.1, NTFR 2007/1179.
3 Richtlijn 88/361/EEG van de Raad van 24 juni 1988 voor de uitvoering van artikel 67 (thans artikel 56) van het Verdrag, Pb. EG L 178, blz. 5, 1988/07/08.
4 Het is vaste rechtspraak dat de nomenclatuur van indicatieve waarde blijft voor de inhoud van het begrip kapitaalverkeer.
5 1 juni 2007, nr. 43 050, V-N 2007/35.8. Volledigheidshalve merk ik op dat A-G Overgaauw en ik in een bijlage bij onze conclusies in de zaken met nrs. 40.889 en 40.988 (HR 7 oktober 2005, BNB 2006/63, m.nt. Spek) reeds zijn ingegaan op EG-rechtelijke aspecten van het verschil in navorderingstermijn tussen grensoverschrijdende en binnenlandse gevallen.
6 In HR 21 maart 2008, nr. 43 670, BNB 2008/160 (m.nt. Albert) inzake een banktegoed bij een Duitse bank (geen bankgeheim), heeft de Hoge Raad ook een prejudiciële vraag gesteld aan het HvJ EG over de verenigbaarheid van de twaalfjaarstermijn voor navordering met het EG-Verdrag (zaak C-157/08, Passenheim-Van Schoot). Deze vraag is identiek aan de eerste prejudiciële vraag opgenomen in 5.1.
7 HR 25 april 2008, nr. 42 511, V-N 2008/21.7 en HR 25 april 2008, nr. 43 448, V-N 2008/21.8.
8 Voetnoot auteur: Zie voor deze begrippen J.H. Gerards, Rechterlijke toetsing aan het gelijkheidsbeginsel, blz. 46-48. 's-Gravenhage: Sdu 2002.
9 S.C.W. Douma, 'Doorwerking van rechtspraak van het HvJ EG in de nationale rechtsorde', WFR 2008/1175.
10 V-N H&I 14 november 2008, 2008/1.16.
11 V-N 2009/29.6.
12 P. Kavelaars, 'Het bankgeheim: enkele ontwikkelingen', NTFR 2009/1528.
13 J.M. van der Vegt, De twaalfjaarstermijn: alle vragen beantwoord?, TFB 2009/5, blz. 18.
14 Ch.H.J.I. Panayi, 'The Fundamental Freedoms and Third Countries: Recent Perspectives', European Taxation November 2008, blz. 573 en 579.
15 Blz. 5, verweerschrift in cassatie.
16 Voetnoot auteur: HvJ EG 14 december 1995 (Sanz de Lera e.a., gev. zaken C-163/94, C-165/94 en C-250/94), Jurispr. 1995, blz. I-4821, NJ 1997, 35, punt 44.
17 Voetnoot auteur: Hans Smit en Peter E. Herzog: The law of the European Community - A Commentary on the EEC Treaty (losbl.), LexisNexis/Matthew Bender 2002, vol. 2, par. 67.02[4].
18 Voetnoot auteur: J.P. Baché, La libération des mouvements des capitaux et l'intégration financière dans la Communauté, 1987, R.M.C. 77.
19 HvJ EG 20 mei 2008, zaak C-194/06 (Orange European Smallcap Fund), Jur. 2008, blz. 0000, BNB 2006/253 (m.nt. Burgers), V-N 2006/21.15, (m.nt. Red.), punt 99-102.
20 HvJ EG 14 december 1995, gev. zaken C-163/94, C-165/94 en C-250/94, Jur. 1995, blz. I-04821, r.o.16, 31-36.
21 Zie eveneens D.S. Smit, Capital movements and third countries: the significance of the standstill-clause ex-Article 57(1) of the EC-Treaty in the field of direct taxation, EC Tax Review 2006/4, blz. 211-212; S.J. Ruesink, Het nondiscriminatiebeginsel en derde landen, NOB/LOF Scriptieprijs nr. 17, Kluwer, Deventer 2008, blz. 30.
22 HvJ EG 18 december 2007, zaak C-101/05 (Skatteverket tegen A), Jur. 2007, blz. I-11531, punt 52 en 53.
23 HR 22 april 2005, nr. 37984, BNB 2005/337, V-N 2005/22.6;
24 Voetnoot auteur: EHRM 26 februari 1998, Reports 1998-I.
25 Voetnoot auteur: R. Lawson: Het EVRM en de Europese Gemeenschappen, Europese monografieën, Kluwer, 1999, par. 558 t/m 567.
26 Voetnoot auteur: Het Hof van Justitie, dat berechting binnen een redelijke termijn aanmerkt als algemeen beginsel van gemeenschapsrecht, heeft een in abstracto vastgesteld nauwkeurig maximum zelfs expliciet afgewezen. Zie HvJ EG 15 oktober 2002, nrs. C-238/99 P e.a., LVM e.a./Commissie. Het Hof van Justitie verwierp daarmee de stelling van de appellanten dat een vaste maximumtermijn van twee jaar zou gelden.
27 Voetnoot auteur: Vgl. het arrest-Perheirin e.a., hiervoor vermeld in punt 11.
28 Voetnoot auteur: BNB 2005/337c*, punt 9.11.
29 BNB 2005/338.
30 S. Bharatsingh en R.N.S. Dinmohamed, Overschrijding van de redelijke termijn in het belastingrecht, WFR 2005/6649, blz. 1575.
31 NTFR 2008/2495 met noot van Van de Merwe.
32 Richtlijn van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen, bepaalde accijnzen en heffingen op verzekeringspremies (77/799/EEG), Pb nr. L 336, blz. 15, 1977/12/27.
33 Het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat (gesloten op 12 november 1951) kent geen informatie-uitwisselingsbepaling. Voorts merk ik op dat de besluiten van de Raad van 2 juni 2004 (2004/911/EG) en 25 oktober 2004 (2004/912/EG) ertoe strekken te garanderen dat Zwitserland maatregelen van gelijke strekking aanneemt als die welke in de Europese Gemeenschap moeten worden toegepast met het oog op de effectieve belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling.
34 P. Meyes, J. van Soest, J.W. van den Berge, J.H. van Gelderen, Fiscaal procesrecht, Deventer: Kluwer 1997, vierde druk, § 2.19, Ch. J. Langereis, I. de Roos, Hoofdlijnen fiscaal procesrecht, Deventer: Kluwer 2006, tweede druk, § 11.5 en R.J. Koopman, Bewijslast in belastingzaken, Deventer: Kluwer 1996, § 3.4.2.