ECLI:NL:PHR:2010:BK0353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omzetbelastingvrijstelling bij wederinvoer van een motorjacht na termijnoverschrijding
Belanghebbende deed in december 2005 aangifte voor het vrije verkeer van een motorjacht dat in 1996 in Nederland was vervaardigd en in 2001 buiten het douanegebied van de Gemeenschap was gebracht. De Inspecteur legde een aanslag omzetbelasting op omdat de vrijstelling voor terugkerende goederen niet van toepassing was vanwege overschrijding van de driejaarstermijn.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie vier middelen voor, waaronder de vraag of sprake was van het belastbare feit invoer, of de vrijstelling voor terugkerende goederen van toepassing was, of dubbele heffing werd voorkomen en of sprake was van gewekt vertrouwen door een douaneverklaring.
De conclusie van de Advocaat-Generaal bespreekt uitvoerig de juridische kaders, waaronder de artikelen 18 en 21 van de Wet op de omzetbelasting, het Communautair Douanewetboek en relevante Europese richtlijnen en jurisprudentie. De conclusie stelt dat de vrijstelling niet geldt na overschrijding van de termijn, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, die in dit geval niet zijn aangetoond.
Wel wordt geoordeeld dat de douaneverklaring die vertrouwen wekte bij belanghebbende een gerechtvaardigd beroep op het vertrouwensbeginsel kan rechtvaardigen, waardoor de aanslag vernietigd kan worden. De conclusie adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond te verklaren en de aanslag te vernietigen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de aanslag omzetbelasting vernietigd vanwege het gerechtvaardigd vertrouwen op de douaneverklaring.