ECLI:NL:PHR:2010:BK0871
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervangende rechterlijke machtiging overdracht erfpachtsrecht onder voorwaarden
Deze zaak betreft een verzoek van een erfpachter om vervangende rechterlijke machtiging tot overdracht van haar erfpachtsrecht op grond van art. 5:91 lid 4 BW Pro, nadat het waterschap de overdracht slechts onder voorwaarden wilde toestaan.
De erfpachter had een perceel in erfpacht sinds 1994 met toepassing van de Algemene Voorwaarden 1982 (AV 1982). Het waterschap stelde bij overdracht voorwaarden waaronder het bestaande erfpachtsrecht moest worden beëindigd en een nieuw recht onder gewijzigde voorwaarden (AV 2005) moest worden gevestigd, met een andere canonberekeningsmethode.
De rechtbank en het hof wezen het verzoek af, waarbij het hof oordeelde dat het waterschap voorwaarden mag stellen aan toestemming en dat wijziging van de canonberekeningsmethode niet leidt tot een nieuw erfpachtsrecht. De erfpachter stelde dat zij recht had op ongewijzigde overdracht en dat de voorwaarden onredelijk waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten toetsen of de voorwaarden redelijk zijn en dat het verzoek tot ongewijzigde overdracht niet zonder meer kan worden afgewezen. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat de AV 1982 geen 'recht' zijn in de zin van art. 79 RO Pro en dat wijziging van de canonberekeningsmethode niet automatisch een nieuw erfpachtsrecht betekent, mits dit in de akte is geregeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere beoordeling van de redelijkheid van de voorwaarden.