ECLI:NL:PHR:2010:BK0892
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onvoldoende motivering bewijswaardering aanhitsen honden
Op 1 maart 2006 ontstond een conflict tussen verdachte en twee aangevers, waarbij verdachte werd beschuldigd zijn drie rottweilers te hebben aangehitst om de aangevers aan te vallen. Het hof veroordeelde verdachte voor poging tot zware mishandeling op basis van de verklaringen van de aangevers, ondanks dat verdachte ontkende de honden te hebben aangehitst en stelde dat de honden uit zelfverdediging handelden.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de aangevers onbetrouwbaar waren en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, zoals vereist volgens art. 359 lid 2 Sv Pro. Daarnaast werd het beroep op noodweer door het hof verworpen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht met betrekking tot de bewijswaardering van de verklaringen over het aanhitsen van de honden. Dit leidt tot nietigheid van het arrest. Het beroep op noodweer wordt door de Hoge Raad niet gegrond verklaard. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewijswaardering omtrent het aanhitsen van de honden.