1 Zie het vonnis van de voorzieningenrechter van 19 juni 2008 onder 2.1 t/m 2.8, van welke feiten ook het hof is uitgegaan (rov. 3 van het bestreden arrest), alsmede de samenvatting door het hof van die feiten in rov. 4.1 van zijn arrest.
2 De cassatiedagvaarding is op 27 januari 2009 uitgebracht.
3 Het hof heeft daarbij gebruik gemaakt van de hem gegeven mogelijkheid van het tweede lid van art. 843a Rv. waarin is voorgeschreven dat de rechter de wijze waarop inzage, afschrift of uittreksel zal worden verschaft, bepaalt. Zie daarover J. Ekelmans, De exhibitieplicht in de praktijk: de ruime mogelijkheid tot het opvragen van bescheiden, TCR 2005, nr. 3, p. 66 die wijst op lagere rechtspraak waarin de rechter een deskundige heeft laten bepalen wat wel en wat niet (al dan niet deels) verstrekt moet worden en op de mogelijkheid dat partijen instemmen met toetsing door de rechter gekoppeld aan een voorziening voor het geval de rechter meent dat het stuk verstrekt moet worden en de houder van het stuk daartoe niet bereid is.
4 Zie o.a. de final award van 23 januari 2008, p. 1.
5 Zie Burgerlijk Rechtsvordering, H.J. Snijders, art. 1029, aant. 1; P. Sanders, Het Nederlandse arbitragerecht, vierde druk, p. 66; Meijer, 2008 (T&C Rv), art. 1029, aant. 1a; Asser-Kortmann- De Leede-Thunissen, nr 49.
6 Burgerlijk Rechtsvordering, H.J. Snijders, art. 1029, aant. 1
7 Volgens Meijer, 2008 (T&C Rv), art. 1039, aant. 3d, kan het wel raadzaam zijn een verslag op te maken omdat aldus kan worden voorkomen dat later bijvoorbeeld met getuigenbewijs moet worden aangetoond hetgeen ter zitting is voorgevallen.
8 Voor een rechter-commissaris in geval van onvrijwillige getuige(n).
9 F.D. Hombracht-Brinkman, Er zijn secretarissen en secretarissen!, reactie op het artikel van prof. mr. P. Sanders, "De secretaris van het scheidsgerecht", TvA 2008, 17.
10 Zie impliciet R. van Delden, Internationale handelsarbitrage, 1996, nr. 163. Zie voorts de toelichting van de Commissie Van den Berg op het in noot 10 genoemde art. 1069A van de Voorstellen.
11 Tekst van de Voorstellen tot wijziging van het Vierde Boek (Arbitrage), artikelen 1020-1076 Rv, TvA 2005, 36.
12 Zie P. Sanders, De secretaris van het scheidsgerecht, TvA 2007, 29.
13 M.P.J. Smakman, De rol van de secretaris van het scheidsgerecht belicht, TvA 2007, 2.
14 Zie Bijzondere Overeenkomsten I (van Neer-van den Broek), art. 7:403, aant. 1 en 2 en Asser-Kortmann- De Leede-Thunissen, nr. 62 en 63.
15 Burgerlijke Rechtsvordering, H.J. Snijders, art. 1029, aant. 1.
16 Deels ontleend aan mijn artikel To fish or not to fish, that's the question in: Het verzamelen van feiten en bewijs; begrenzing versus verruiming, een kruisbestuiving tussen civiel procesrecht en ondernemingsprocesrecht, NVvP 2006, nr. 59 e.v.
17 Tweede Kamer, vergaderjaar 1999-2000, 26 855, nr. 3, p. 188.
18 HR 18 februari 2000, NJ 2001, 259 m.nt. PV.
19 Linssen in zijn noot onder 1 onder Rb. Zutphen 7 mei 2003, JBPr 2003, 66. Zie ook Rb. Rotterdam 3 oktober 1996, JOR 1996, 122 m.nt. C.M. Grundmann-van der Krol, waarin het doel was eisers aanknopingpunten te bieden voor de juistheid van hun stellingen.
20 J. Ekelmans, De exibitieplicht in kort bestek, 2007, p. 32-35.
21 Kamerstukken II, 1999-2000, 26 855, nr. 3, p. 188.
22 Burgerlijke Rechtsvordering, Rutgers, art. 843a Rv., aant. 6; J.F. Garvelink en P.F. Hopman, Verboden te vissen: informatieplicht van banken en de afdwingbaarheid daarvan, TvE, 2004, nr. 1/2, p. 13. Zie Rb. Rotterdam 19 mei 2004, JBPr 2004, 77 m.nt. Linssen.
23 Van Mierlo/Bart 2002, p. 553.
24 Tweede Kamer, vergaderjaar 1999-2000, 26 855, nr. 3, p. 187-188.
25 Vgl. HR 31 mei 2002, NJ 2003, 589 m.nt. JBMV en JBPr 2002, 2 m.nt. Van Hoof en Linssen; Vz. Rb. Den Bosch 27 maart 2002, JBPr 2002, 10 m.nt. Linssen; Vz. Rb. Amsterdam 4 juli 2002, JOR 2002, 142; Rb. Zutphen 7 mei 2003, NJ 2003, 480 en JBPr 2003, 66 m.nt. Linssen.
26 Parl. Gesch. van het bewijsrecht, 1988, p. 417.
27 Zie Hof Den Bosch 14 oktober 2003, LJN AM7927 en daarover instemmend: Sijmonsma, a.w., p. 52 en Ekelmans, a.w., p. 41-42 met verdere verwijzingen.
28 HR 18 februari 2000, NJ 2001, 259 m.nt. PV (News/ABN AMRO Bank). Zie bijv. ook Pres. Rb. Amsterdam 22 mei 2000, KG 2000, 129 met commentaar van J.B. Huizink, Kort geding-vonnis World Online; recht op informatie?, WPNR 00/6412, p. 553-555. Wel toewijzing door Rb. Groningen 22 november 2002, NJ 2003, 102 gezien een voldoende gemotiveerd rechtmatig belang. Zie voorts de bij Ekelmans, a.w., p. 14 in de noten genoemde uitspraken.
29 Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, Van Mierlo/Bart, p. 553.
30 M. Barendrecht en W.A.J.P. van den Reek, Exhibitieplicht en bewijsbeslag, WPNR 94/6155, p. 739; P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, Opening van zaken, TCR 2002, nr. 1, p. 12; Ekelmans, t.a.p., p. 61.
31 J.R. Sijmonsma, Art. 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ont(k)leed, p. 44.
32 Dat het horen van arbiters als getuigen tot de mogelijkheden behoort, kan naar analogie van HR 7 juni 2002, NJ 2002, 394 worden aangenomen. Terzijde merk ik op dat het nog maar de vraag is of de gang van zaken tijdens de arbitrale hoorzitting, waarop [verweerster] het oog heeft, uit de aantekeningen van de secretaris valt te putten; m.i. kan daarover gemakkelijker tijdens een getuigenverhoor worden verklaard. Bij die gelegenheid komt m.i. arbiters en de secretaris een verschoningsrecht toe met betrekking tot vragen die tot openbaarmaking van het raadkamergeheim nopen. Zie daarover ook de Commissie Van den Berg in de toelichting op het voorgestelde art. 1069A.