ECLI:NL:PHR:2010:BK2971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftelijke bijzondere volmacht
Klaagster verzocht de Rechtbank om teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen, stellende dat deze aan haar of haar vader toebehoren. De Rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat klaagster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij eigenaar was van het geld of dat het door anderen dan de betrokkene in bewaring was gegeven.
Klaagster stelde in cassatie beroep in via haar advocaat, die een faxbericht aan de griffie stuurde. De Hoge Raad oordeelde dat dit faxbericht niet voldeed aan de vereisten van een schriftelijke bijzondere volmacht zoals bedoeld in art. 450 lid 1 sub b Sv Pro, omdat het niet bevatte dat de advocaat bepaaldelijk was gemachtigd door klaagster om cassatie in te stellen.
Daarom kon klaagster niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De Hoge Raad besprak het middel toch inhoudelijk, maar vond geen reden om het vonnis van de Rechtbank te vernietigen. Het cassatieberoep werd verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Klaagster werd niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens ontbreken van een schriftelijke bijzondere volmacht.