ECLI:NL:PHR:2010:BK3429
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt tenuitvoerlegging gevangenisstraf in plaats van voorwaardelijke werkstraf
De verdachte was door de politierechter veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar. Het openbaar ministerie vorderde in hoger beroep de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van twee weken in plaats van de werkstraf, omdat de verdachte de voorwaarden van de proeftijd had geschonden door nieuwe strafbare feiten te plegen.
Het hof wees de vordering toe en gelastte de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf. De Hoge Raad oordeelt dat de wet geen mogelijkheid biedt om in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een taakstraf een vrijheidsstraf te gelasten. De vervangende hechtenis geldt slechts als sanctie als de taakstraf niet wordt verricht.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, waarbij onderzocht moet worden of de omstandigheden rechtvaardigen dat de werkstraf wordt gelast. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.