ECLI:NL:PHR:2010:BK4551
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling staking of voortzetting bij verplaatsing agrarische onderneming naar Duitsland
Belanghebbende dreef in Nederland een melkveehouderij en verkocht in 2004 een deel van het melkquotum met boekwinst. In 2005 verhuisde zij met haar echtgenoot naar Duitsland, waar zij een grotere melkveehouderij exploiteerden met een ander melkquotum en andere afnemer. De Rechtbank oordeelde dat sprake was van voortzetting van de onderneming, het Hof vernietigde dit en stelde dat sprake was van staking. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof.
De kernvraag was of de verplaatsing van de onderneming naar Duitsland staking of voortzetting van de onderneming betekende. De Hoge Raad benadrukte dat staking betekent dat de objectieve onderneming definitief wordt gestaakt en de band tussen ondernemer en onderneming wordt verbroken. Voortzetting betekent dat de onderneming economisch dezelfde blijft, ook al is deze verplaatst.
De Hoge Raad stelde dat de aard van de productie (melkveehouderij) ongewijzigd bleef, het vee en bedrijfsmiddelen werden overgebracht, en een deel van de grond in Nederland bleef gebruikt. Ook de toename van grondoppervlakte, melkquotum en koeien was geen reden voor staking. De verandering van afnemer en locatie leidde niet tot staking omdat deze factoren geen wezenlijke invloed hadden op de goodwill of winstcapaciteit. Daarom mocht belanghebbende een herinvesteringsreserve vormen.
De subsidiaire klacht dat de verplaatsing naar Duitsland strijdig zou zijn met het recht op vrije vestiging faalde omdat de beoordeling van staking of voortzetting niet afhangt van binnenlandse of grensoverschrijdende verplaatsing. De conclusie is dat de onderneming is voortgezet en niet gestaakt, zodat de fiscale faciliteit van de herinvesteringsreserve van toepassing is.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de onderneming niet is gestaakt bij verplaatsing naar Duitsland, waardoor een herinvesteringsreserve mag worden gevormd.