ECLI:NL:PHR:2010:BK4798
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over geldigheid intrekking dagvaarding en vertrouwen verdachte
In deze zaak heeft de verdachte zich in hoger beroep verweerd tegen een verstekveroordeling wegens onverzekerd rijden. De verdachte stelde dat het Openbaar Ministerie hem het vertrouwen had gegeven dat de dagvaarding in hoger beroep was ingetrokken, waardoor hij geen maatregelen hoefde te treffen om op de hoogte te blijven van de zaak.
De feiten tonen dat de verdachte aanvankelijk bij verstek veroordeeld werd en vervolgens hoger beroep instelde. Een tweede dagvaarding werd uitgereikt, maar de verdachte kreeg volgens eigen zeggen ter plekke te horen dat deze was ingetrokken, waarna hij niet meer verscheen. Er is echter geen schriftelijke bevestiging van intrekking in het dossier en geen rechterlijke beslissing hierover.
De advocaat-generaal betoogde dat de geldigheid van intrekking niet afhankelijk is van schriftelijke mededeling en dat de verdachte niet kan volstaan met een informeel bericht om te stellen dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de zaak was geëindigd. De Hoge Raad bevestigde dit en verwierp het middel van de verdachte.
De conclusie van de A-G is dat het beroep in cassatie moet worden verworpen en dat er geen ambtshalve gronden zijn om de beslissing te vernietigen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de verstekveroordeling wegens onverzekerd rijden.