ECLI:NL:PHR:2010:BK4932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt HvJEU over uitleg artikel 45 EEX-Verordening inzake intrekking exequatur
In deze zaak gaat het om een verzoek tot exequatur van een arrest van het Hof van Beroep te Brussel, waarbij Prism Investments B.V. werd veroordeeld tot betaling aan Arilco Holland B.V., dat inmiddels failliet is verklaard. De curator van Arilco verzocht om tenuitvoerlegging van het arrest in Nederland. Prism stelde dat zij reeds aan de veroordeling had voldaan door verrekening en betwistte de toelaatbaarheid van het exequatur.
De voorzieningenrechter verleende het verlof tot tenuitvoerlegging, maar de rechtbank wees het beroep van Prism tegen deze beschikking af. De rechtbank oordeelde dat het verweer dat reeds voldaan was aan de vordering niet relevant was voor de toelaatbaarheid van erkenning en exequatur, maar thuishoorde in een executiegeschil.
Prism stelde vijf cassatieklachten in, waarvan de Hoge Raad de ontvankelijkheid bevestigde. De kernvraag betrof of een reeds verleend exequatur kan worden ingetrokken op grond dat aan de uitspraak is voldaan. De Hoge Raad concludeerde dat de EEX-Verordening limitatieve gronden voor weigering of intrekking van exequatur bevat en dat voldaan zijn aan de uitspraak daar niet onder valt.
Omdat het Hof van Justitie van de Europese Unie nog geen uitspraak heeft gedaan over de uitleg van artikel 45 EEX Pro-Verordening in dit verband en de Duitse literatuur hierover verdeeld is, achtte de Hoge Raad het aangewezen om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU en het geding te schorsen tot uitspraak van het HvJEU.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het HvJEU om prejudiciële uitleg van artikel 45 EEX-Verordening.