ECLI:NL:PHR:2010:BK4933
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep niet-ontvankelijk in pachtgeschil over schadevergoeding wegens vervuilde grond
Eiseres heeft sinds 1969 een pachtovereenkomst met de Staat voor een perceel grond bestemd voor boomteelt. Na faillissement van haar echtgenoot in 1982 heeft de Staat het perceel verhuurd aan derden die het als grasland gebruikten. Eiseres vordert vergoeding van schade wegens puin in de grond dat de boomteelt onmogelijk maakte. De pachtkamer veroordeelde de Staat tot het verwijderen van het puin, maar de Staat voldeed hieraan onvoldoende.
In een herroepingprocedure vordert de Staat de herroeping van het vonnis, terwijl eiseres een reconventionele schadevergoeding eist. Zowel rechtbank als hof wijzen de vorderingen af. Eiseres stelt in cassatie dat zij zelf schade heeft geleden, maar het hof oordeelde dat zij het perceel niet zelf exploiteerde, maar een vennootschap die zij controleert.
De Hoge Raad stelt dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat de Pachtwet tot 1 september 2007 cassatie tegen arresten van de pachtkamer uitsloot. De overgangsregeling laat geen cassatie toe in lopende procedures. De zaak is vóór die datum ingeleid, zodat het beroep niet-ontvankelijk is. De inhoudelijke klachten worden daarom niet behandeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens uitsluiting van cassatie in lopende pachtprocedures.