ECLI:NL:PHR:2010:BK5196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het begrip organisatie en aanzetten tot haat in strafzaak Hofstadgroep
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage in de strafzaak rond de zogenaamde Hofstadgroep. De tenlastelegging omvatte deelneming aan een organisatie met het oogmerk het plegen van diverse misdrijven, waaronder terroristische misdrijven en aanzetten tot haat, discriminatie en geweld.
Het Hof oordeelde dat de Hofstadgroep geen gestructureerd samenwerkingsverband vormde en sprak de verdachten vrij van deelneming aan een organisatie als bedoeld in art. 140 en Pro 140a Sr. De Hoge Raad stelt dat het begrip 'organisatie' niet beperkt mag worden tot groepen met gemeenschappelijke regels en doelstellingen waaraan leden gebonden zijn en die druk uitoefenen, maar dat ook minder gestructureerde samenwerkingsverbanden onder dit begrip kunnen vallen.
Ten aanzien van art. 137d Sr over aanzetten tot haat overweegt de Hoge Raad dat dit artikel bepaalde kwetsbare minderheidsgroepen beoogt te beschermen, maar dat de term 'ongelovigen' zoals gebruikt in de tenlastelegging niet als zodanig kan worden aangemerkt. Ook wordt benadrukt dat de vrijheid van godsdienst en meningsuiting, zoals verankerd in de EVRM-artikelen 9 en 10, meegewogen moet worden bij de beoordeling van geschriften en uitlatingen.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze juridische uitgangspunten. Daarnaast bevat het arrest een uitgebreide bespreking van de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie omtrent de begrippen 'organisatie' en 'aanzetten tot haat', discriminatie en geweld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met een bredere uitleg van het begrip organisatie en een juiste interpretatie van aanzetten tot haat.